Op woensdag 3 december 2025 stond mijn opiniebijdrage in de Volkskrant. Waarom is deze dag zo belangrijk? 3 december is door de Verenigde Naties (VN) uitgeroepen tot internationale dag voor mensen met een beperking. Iedereen moet gelijk- en volwaardig kunnen meedoen in de samenleving.
Mensen onder bewind krijgen in Nederland vaak méér beperkingen opgelegd dan nodig is. Daarmee ondermijnen we hun autonomie, terwijl juist die autonomie volgens het VN-verdrag Handicap beschermd moet worden.
Toch lijkt onze publieke verontwaardiging vooral te gaan naar incidenten met disfunctionerende bewindvoerders. Over een systemisch probleem dat autonomie van kwetsbare groepen als optioneel ziet, blijven we opvallend stil.

Opinie: Autonomie voor mensen met een beperking is geen gunst, het is een mensenrecht
De overheid moet het systemisch achterstellen van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische kwetsbaarheid aanpakken en hen eindelijk de zelfbeschikking bieden zoals vastgelegd in het VN-verdrag Handicap.
Wanneer uitspraken over beschermingsbewind het nieuws halen, gaat het vaak over misstanden met professionele bewindvoerders. ‘Bewindvoerder koopt huis van cliënt: dit is belangenverstrengeling’, na wederom een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Over zulke gevallen is iedereen het eens: dit mag niet gebeuren. Maar waar blijft de verontwaardiging over een structureel probleem: het niet naleven van het VN-verdrag Handicap?
Sinds 2016 geldt in Nederland het VN-verdrag Handicap, dat de mensenrechten van mensen met een beperking beschermt. Artikel 12 garandeert hun gelijkheid voor de wet. Mensen met een beperking moeten niet worden beschermd door uitsluiting, maar juist worden ondersteund om hun rechten zelf uit te oefenen. Toch wordt die gelijkwaardigheid vaak vergeten zodra iemand onder bewind staat.
Bewind
Bij bewind wordt het financieel beheer (tijdelijk) overgenomen van mensen die dat zelf niet (volledig) kunnen, vaak vanwege een beperking. Wordt hun zeggenschap meer beperkt dan noodzakelijk, dan schendt dat het verdrag en hun waardigheid. Iedereen heeft het recht om fouten te maken, te leren en zelf keuzes te maken, ook over hun financiën, ook bij een onderbewindstelling.
Rechtbanken benadrukken dat bewindvoerders de autonomie van betrokkenen moeten respecteren. Zo stelde de rechtbank Gelderland dat het bevorderen van de autonomie een uitgangspunt moet zijn bij de uitvoering van bewind op grond van het VN-verdrag Handicap, en noemde de rechtbank Limburg dat de inbreuk die bewind vormt op het privéleven zo beperkt mogelijk dient te worden gehouden. Een bewindvoerder die jarenlang geen persoonlijk contact heeft met de betrokkene, handelt in strijd met deze beginselen.
Overbescherming
De vraag is nu of dit gebrek aan respect voor autonomie voortkomt uit onwetendheid of uit een systeemfout. Het lijkt erop dat we leven in een cultuur van overbescherming: veiligheid en risicobeheersing krijgen voorrang boven participatie en zelfbeschikking. Overbescherming ontneemt mensen de kans om te leren, tast hun zelfvertrouwen aan en vergroot isolement.
Overbescherming lijkt veiligheid te bieden, maar leidt tot discriminatie. Banken, energieleveranciers en verhuurders beperken soms zelfstandig de mogelijkheden van mensen onder bewind. Nederland ratificeerde het VN-verdrag Handicap, maar deed dat met voorbehouden. Het VN-Comité uitte dan ook zorgen: Nederland erkent mensen met een beperking nog steeds niet als gelijk voor de wet, zolang plaatsvervangende besluitvorming de norm blijft.
Wegkijken
Ondersteunde besluitvorming biedt een alternatief. Hierbij krijgt iemand hulp bij het nemen van beslissingen, zonder dat die beslissingen worden overgenomen. Toch reserveert de wetgever slechts drie uur per jaar voor het bevorderen van zelfredzaamheid bij bewind. Daarmee creëert de overheid zelf een structurele belemmering voor autonomie. De wetgever vindt plaatsvervangende besluitvorming nog altijd geoorloofd. In plaats van autonomie te versterken en inclusie te bieden, is uitsluiting de norm.
Dat is geen bescherming, dat is wegkijken voor brede maatschappelijke ontoegankelijkheid. Het gaat ervan uit dat een handicap in essentie een defect is, en moet worden gecorrigeerd door bijvoorbeeld een bewindvoerder.
Bestuurlijke verantwoordelijkheid
Nederland moet stevig aan de bak om het VN-verdrag Handicap na te leven. Zonder gevoel voor urgentie kent de samenleving de autonomie van mensen met een beperking minder waarde toe. Als we streven naar een werkelijk inclusieve samenleving, dan moeten bewindvoerders zich uitspreken tegen validisme: het onnodig beperken van mensen onder bewind en tegen disfunctionerende bewindvoerders. De persoon onder bewind mag niet afhankelijk zijn van de bereidheid en vaardigheden van de bewindvoerder. Autonomie is geen gunst, het is een mensenrecht.
De nieuwe Tweede Kamer staat voor een keuze: blijft het systeem van bewind gericht op overbescherming en uitsluiting, of gaan we voor gelijkwaardigheid en inclusie? Alleen als autonomie het uitgangspunt wordt, kan Nederland zeggen dat het het VN-verdrag Handicap werkelijk naleeft. De uitdaging zit in het vinden van het juiste evenwicht tussen bescherming, vertrouwen en autonomie.
Drie uur per jaar om zelfredzaamheid te bevorderen is geen bescherming, maar een systemische vorm van uitsluiting. Zolang wetgeving dat toestaat, blijft validisme ingebakken in ons bestuur.

